Bomkraters

Oorlog in de lucht, Noord Limburg belangrijke route vanuit Engeland naar het Duitse Ruhrgebied

Vanuit Engeland werd de route over de Peel richting het Duitse Ruhrgebied veelvuldig gekozen door de geallieerde vliegtuigen. Op weg naar Duitsland gebeurde het regelmatig dat een vliegtuig aangeschoten werd door bv. Duitse luchtverdediging of om een andere reden in moeilijkheden kon komen. Soms was het dan noodzakelijk in een poging te redden wat er te redden viel de bommen vroegtijdig te lossen. Zo zijn ook de bomkraters in 1941 hier ontstaan.
De oorlog in de lucht had ook soms een grote impact op de plaatselijke bevolking.

 

De bomtrechters hier in de Kronenbergse bossen trokken veel bekijks (1941).
V.l.n.r: Lod Rögels, Piet Billekens, Toni Philipsen, An Heesen, onb., Ad Philipsen,
Hay Philipsen, Mia Philipsen, Piet Philipsen, onb.

Uit het profielwerkstuk  “Horst aan de Maas tijdens de Tweede Wereldoorlog” van Tim Riswck 6e klas VWO Dendron College Horst ( 2008)

De oorlog in de lucht
In 1940 begonnen de geallieerden met luchtaanvallen op Duitsland. Het eerste jaar wierpen ze een totaal zijn 10.000 ton aan bommen af boven het Duitse Rijk. Die hoeveelheid werd snel opgevoerd zodat in de laatste jaren zestig keer zoveel werd afgeworpen. Een van de doelen was het Roergebied, het industriële hart van Duitsland. Maar voordat de geallieerden daar konden komen moesten ze over vijandig gebied vliegen en ook recht over de Peel en de gemeente Horst aan de Maas. Op welke manier heeft dit invloed gehad op de bevolking?

De geallieerden vliegtuigen vlogen dus over de Peel heen om het Roergebied te kunnen bereiken. Veel werden er ook neergehaald door het Duitse afweergeschut. Ook lag er een belangrijke vliegbasis van de Duitsers bij Venlo. De Duitse jagers die vandaar opstegen kwamen vaak met de vijand in contact boven de gemeente Horst aan de Maas waardoor hier veel vliegtuigen zijn neergestort. De vliegtuigen die neerstortten vormden een groot gevaar voor de plaatselijke bevolking omdat ze vaak de bommen eerder afwierpen of met de bommen die ze bij zich hadden midden in het dorp neerstortten.

Mevrouw van Rens-Verslinden, een inwoonster van Melderslo die meemaakte dat een vliegtuig vlak naast haar huis neerstortte zegt het volgende hierover:
“ Gewaarschuwd door buurman Van Rens, want zelf sliepen we als ossen, gingen we die nacht naar de schuilkelder* die vlakbij ons huis aan de Boomskant was gegraven. Meestal namen we ook een bundeltje kleren mee. Maar deze nacht lukte dat niet. Het ging allemaal veel te snel, het vliegverkeer was te hevig. ’s Nachts om drie uur hoorden we een enorm gegier en gegil. Het leek wel of de wereld verging en we dachten dat ons laatste uurtje had geslagen. Plotseling hoorden wij een enorme klap. Direct daarna hoorden wij een reeks van ontploffingen. Allen bleven angstig in de schuilkelder zitten. Na een tijdje, toen alles wat rustiger was geworden, hadden we de moed om de schuilkelder uit te kruipen. Op de hoek van de Meldersloseweg, 150 meter van ons huis was een Engels vliegtuig neergestort. ”

Zo herinnerde mevrouw van Rens-Verslinden dus het neerstorten van een Brits toestel in de nacht van 25 op 26 mei in 1943. Je kunt hieraan duidelijk zien dat mensen midden in de nacht uit bed moesten om zo snel mogelijk naar een schuilkelder te gaan en dat terwijl ze vreesden voor hun leven. De nacht moesten ze dan doorbrengen in de schuilkelder terwijl er vaak een enorm lawaai was van de vliegtuigen en het luchtalarm. De kans dat een vliegtuig neerstortte was dan nog redelijk klein. De kans dat bommen eerder gedropt werden was veel groter. Dit gebeurde namelijk standaard als een geallieerd vliegtuig was geraakt en vaak onbedoeld tijdens beschietingen. De grootste ramp die daardoor werd veroorzaakt vond in Hegelsom plaatst op 1 augustus 1942.

Meneer H. Schattevoet was één van de ooggetuigen toen er verschillende vliegtuigen neerstortte en bommen werden gedropt boven Hegelsom hij verteld het volgende hierover:
“ Zoals gewoonlijk was de lucht weer vol met vliegtuigen die landinwaarts trokken om Duitsland te gaan bombarderen. Mijn broer Grad en ik gingen buiten kijken, want iedere nacht was er wel iets te beleven bij de luchtgevechten tussen de Duitse jagers en de Engelsen. Samen met onze ouders stonden we te kijken , toen we opeens mensen hoorden praten. Grad stelde voor er naar toe te gaan. Ik weigerde omdat ik mijn ouders niet alleen wilde laten. Op hetzelfde moment dat we beslisten er niet naartoe te gaan, gebeurde het. We hoorden het gefluit van de bommen en van het ene op het andere moment werden we tegen de grond geslagen. Toen sloegen de bommen één voor één in, in totaal negen. Wat zich vlak daarna afspeelde, was verschrikkelijk. We hoorden roepen en schreeuwen. Nauwelijks van de schrik bekomen, liepen we de straat op en stonden voor een half weggeslagen huis. Op het moment dat ik wilde gaan kijken of er nog hulp kon worden geboden, ontplofte er nog een bom en vloog het huis in lichterlaaie. Ik maakte dat ik weg kwam. Meteen daarna werd er geroepen “Marieke ligt in de put”. We liepen er snel naartoe. De ring van de put was weggeslagen en het nietsvermoedende meisje was erin gelopen. Verschillende mensen stonden eromheen. We hebben haar eruit gehaald door een menselijke ketting te vormen. De lichtste voorop en de zwaarste achteraan. Gelukkig konden we bij het kind komen en het eruit halen. We dachten dat ze dood was maar we gaven de moed niet op. We legden haar voorzichtig op de buik en duwden. Bij elke duw golfde er water uit haar mond. Toen opeens, een snik, een gil, het kind leefde. Iedereen voelde zich ontzettend opgelucht ”

De bovenstaande ramp in Hegelsom was de aanleiding voor de burgemeester van Horst,
Van Grunsven, dat er in de hele omgeving voorlichtingsavonden werden georganiseerd. Dit was om paniek te voorkomen en mensen ervan te overtuigen dat ze zoveel mogelijk binnen moesten blijven bij luchtaanvallen. Toch zaten veel mensen vaak in angst ’s nachts in hun huis of schuilkelder te wachten totdat alle vliegtuigen waren overgevlogen. Vaak waren de bewolkte avonden de rustigste avonden voor de bevolking, dan volgen er geen vliegtuigen.

Natuurlijk zijn bovenstaande verhalen persoonlijk en maar een paar voorbeelden van hoe mensen in angst zaten elke keer als er vliegtuigen overvlogen. Tegelijkertijd laat dit wel het grotere geheel zien. Het laat zien dat over het algemeen mensen na verloop van tijd de vliegtuigen die overvlogen als normaal gingen zien. Ook laat het zien dat ondanks hun angst om geraakt te worden door bommen mensen elkaar gingen helpen. Niemand werd aan zijn lot overgelaten ook al was er gevaar voor eigen leven.
Dit gevaar voor eigen leven was niet alleen vanwege de vliegtuigbommen, maar ook door het uitgaansverbod dat de Duitsers ingesteld hadden.

De Fam. Aerts-Kurvers uit Kronenberg hier bij een bomtrechters nabij de Heesbredeweg in 1941).
V.l.n.r: Piet, Mia, vader Jan, Mart, moeder Drika, Wim en Door.

Beide foto’s met bijbehorende tekst overgenomen uit “Oorlogsbeeld 1940-1945 Sevenum, Kronenberg Evertsoord”
Uitgave Heemkundevereniging Sevenum 22-11-2014 pag. 63